"De straat. Dat was het terrein onzer zelfopvoeding. Daar kwamen onze krachten los, geestelijke en lichamelijke. Daar wisten we niet van landkaarten of andere vervelendheden, daar knelde ons geen schoolbank en kwelde ons geen schoolmeester, daar hadden Vaders paedagogische handgrepen geen vat op ons, daar waren we vrij. Het is verwonderlijk, hoe een vuil stuk dwarsstraat en een brok 'gracht' naast een altijd stinkend water zooveel heerlijkheden kunnen bevatten."
(Jan Ligthart, Jeugdherinneringen, 1914.)